donderdag 24 april 2008

Verslag CRWO-conferentie ‘ Maak het verschil’ (22 april 2008)

Keynotespreker dr. Sabine Severiens (Risbo[1])- studiesucces van allochtone studenten

1) feiten
2) verklaringen
3) oplossingen


ad 1 feiten)
rendement na 6 jaar HBO: 68% van de autochtone studenten studeert af
50% van de allochtone studenten studeert af

rendement na 6 jaar WO: 55% van de autochtone studenten studeert af
40% van de allochtone studenten studeert af


ad 2 verklaringen)
In het nog te verschijnen ‘Handbook of higher education’ (Severiens & Wolff, 2008) komen twee robuuste verklaringen naar voren waarom het studierendement bij allochtone studenten lager is.
a) het thuis voelen op een opleiding (sociale integratie)
Bij studenten in minderheidsposities
- vindt minder sociale en academische integratie plaats,
- wordt er minder binding ervaren;
- zijn er ervaringen met ongelijkheid (68% uit Risbo-onderzoek)
- bestaat er een gevoel van ongelijkheid

Uit onderzoek van Rhamie & Hallum (2002) blijkt studenten met een uitgebreid sociaal netwerk beter presteren.


b) het trots zijn op de eigen culturele achtergrond

Het blijkt dat studenten die bewust zijn van hun etnische afkomst beter presteren. Dit werkt als een psychologische buffer. Het beschermt studenten en zorgt ervoor dat ze beter presteren.


ad 3 oplossingen)
Multiculturele studieverenigingen kunnen ouders voorlichten. Het blijkt namelijk dat bij de keuze van een studie een aankomend student niet gebruik maakt van de steun van familie en vrienden.

Op de vraag waar allochtone studenten goed presteren heeft Thomas (2003) een antwoord proberen te vinden in haar ‘Institutionele habitus’. Ze geeft de volgende richtlijnen:
- de verschillen zijn het uitgangspunt
- deze moeten positief benaderd worden

Severiens en Wolff (2007) noemen de volgende kenmerken voor stimulerende leeromgevingen:
- positieve aandacht voort diversiteit
- veel en goede studiebegeleiding
- sterke sturing
- samenwerken, maar wel onder begeleiding
- kleinschaligheid
- balans tussen onderzoek en onderwijs (op universiteit)

Begeleiding
Uit onderzoek uit de VS worden de volgende succesfactoren genoemd op zgn. ‘zwarte scholen’. Dit zijn:
- persoonlijk contact docenten en studenten
- aanwezigheid rolmodellen voor studenten
- hoge verwachtingen t.a.v. studenten

Ondanks de oplossingen is er een MAAR …

De threat theory beschrijft dat mensen zich neigen te gedragen naar hun stereotypering. Ogbu (2003) is tot de volgende paradox gekomen.

Aan de ene kant willen studenten hun eigen culturele identiteit behouden. Dat kan bijvoorbeeld ‘zwart’ zijn of Arabisch. Aan de andere kant kan studiesucces voor een ‘white thing’ staan. Dit zorgt voor een identiteitsprobleem.

Er bestaan 3 redenen om verschillen tussen de studenten te verkleinen:
- pragmatisme (economisch)
- egalitair (alle groepen vertegenwoordigen)
- goed onderwijs (stimuleren van kwaliteit van het onderwijs)




Keynotespreker Marca Wolfensberger (Universiteit Utrecht) – Uitdagend en inspirerend

Faculteitsbreed Honours programma (Geowetenschappen) voor getalenteerde en gemotiveerde studenten.

Kenmerken Honours:
- speciaal ontwikkeld onderwijs
- is voor studenten die meer willen en kunnen
- heeft als doel talent te ontwikkelen
- streeft naar kritische en creatieve wereldburgers
- onderwijst de onderzoekleiders van de toekomst


Er bestaan 5 typen honours programma’s in Nederland:
1) disciplinair
2) interdisciplinair
3) universiteitsbreed
4) residentiële colleges
5) niet-residentiële colleges

De vijf typen honours programma’s bevatten een aantal gemeenschappelijke kenmerken:
- 5 tot 10% van de meest getalenteerde studenten worden toegelaten
- het bevat excellentie en bevordering
- vervagend en/of extra onderwijs
- speciale vakken en activiteiten
- dynamisch en proeftuinfunctie (uitproberen)
- op maat
- honours en academische gemeenschap (samenwerking met andere studenten)


Aanmelding motivatiebrief
Dit dient elk jaar opnieuw te gebeuren. Studenten zijn steeds beter in staat aan te geven waarom ze gemotiveerd zijn voor honours programma’s.

Er is een vervlechting van de honours programma’s met de reguliere programma’s.
- honours studenten maken deel uit van het geheel
- er is meer betrokkenheid van meer docenten
- er is een interactie en spin-off naar de reguliere programma’s

Voorbeeld honours programma bachelor sociale geografie
Regulier programma (150 uur)
Vervangend programma (30 uur)
Extra programma (35 uur)
Totaal (215 uur)

In het tweede jaar vindt er een leeronderzoek plaats. Hierin bedenkt de student zelf een onderzoek, stelt hij een groep samen en zoeken zij gezamenlijk naar een begeleider. De begeleider zullen zij tevens moeten overtuigen om hen onderzoek te gaan begeleiden.

Hieruit voortkomend zijn de kernpunten van het honours programma:
- autonomie
- aangaan van relaties (met studenten en docenten)
- competent zijn laten zien

Een student moet bovengemiddeld presteren om in aanmerking te komen voor een honours programma (zie model).


Kwaliteiten docent honours programma
- inspirerend (passie voor onderwerp)
- uitdagend en vrijheid gevend
- toegankelijk (open voor vragen)
- vriendelijk en persoonlijk (kwaliteiten delend)
- scolar, kennis van zaken
Workshop ‘Stimulerende leeromgeving voor allochtone studenten’

Is de hoger onderwijs ervaring voor allochtone studenten anders dan voor autochtone studenten?

- studievoortgangsverschillen tussen allochtone en autochtone studenten variëren per opleiding.

Onderzoek Pabo:
- de studiekeuze vindt bij allochtone studenten meer solitair plaats
- allochtone studenten voelen zich minder thuis
- allochtone studenten ervaren ongelijke behandeling
- allochtone studenten ondervinden meer problemen bij het vinden van een stageplaats


Opdracht:
Een opleiding, school/faculteit of instelling geeft je de volgende opdracht:

Welke concrete maatregelen moeten genomen worden om in 2011 vergelijkbare studierendementen van autochtone en niet-westerse allochtone studenten (multisectorale hogescholen in de Randstad) te behalen?


Werving
Om de ouders van niet-westerse allochtone te bereiken (tegengaan solitaire studiekeuze) dienen in laagdrempelige plaatsen informatie gegeven te worden over studies en opleidingen (MBO, HBO, WO) in buurthuizen en culturele centra. Dit kan tevens georganiseerd worden door multiculturele studie- of studentenverenigingen.

In het voortraject kunnen HBO-instellingen informatie geven op ROC’s en instellingen voor het VO.

Introductie
Er kan een speciale introductie plaatsvinden als daar behoefte aan is.

Onderwijs
Een early-warning-system in de eerste 6 weken kan als uitgebreid begeleidingssysteem signaleren wanneer een student vroegtijdig zal afhaken.

Een groepje met allochtone studenten onder leiding van een allochtone groepsleider kan ervaringen delen. Dit moet wel strak aangestuurd worden en niet vrijblijvend zijn.

Maatjesproject. Een ouderejaars student wordt aan een eerstejaars student gekoppeld. De eerstejaars student(e) mag zelf kiezen wie hij/zij wil.

Een cursus interculturele competenties voor docenten (onder meer communicatie).

Interculturele competenties in het curriculum voor studenten.

Trainen van visie-ontwikkeling voor MT.
[1] Het Rotterdams Instituut voor Sociaal-wetenschappelijk BeleidsOnderzoek (RISBO)

woensdag 16 april 2008

Rolmodellenproject InHolland

Via Sandra Beekhoven (ASH) kreeg ik van Jeroen Groenewoud een leuk boekje over mentoring/tutoring in InHolland. Jeroen is daar lector 'grootstedelijk onderwijs en jeugdbeleid' en doet momenteel onderzoek naar de relatie tussen studieloopbaanbegeleiding en vroegtijdige studieuitval.

Ik heb twee boekjes van hem gekregen. Een over het project 'studenten begeleiden studenten' waarin het rolmodelproject beschreven wordt dat aan de MER-opleiding in Diemen uitgevoerd wordt.
In het andere boekje ('Levensverhalen van Nederlandse hbo-studenten') worden de persoonlijke ervaringen van hbo-studenten beschreven.

Via de onderstaande link kun je een kort verhaaltje lezen over het project.
http://www.inholland.nl/Over+INHOLLAND/Ons+onderwijs/Multiculturele+identiteit/Rolmodellenproject/frontpage.htm

dinsdag 15 april 2008

Allochtone hoogopgeleiden in opmars (Scienceguide, 14 april 2008)

Vorig jaar waren er in ons land voor het eerst bijna evenveel hoogopgeleide als laagopgeleide Nederlanders. Het aandeel hoogopgeleiden onder Turken en Marokkanen is het sterkst gestegen onder de allochtone burgers, een verdubbeling van 5 procent in 2001 tot 9 procent in 2007. Het aandeel hoogopgeleiden is in de groep 25-34-jarigen het sterkst gestegen en deze is tevens de hoogst opgeleide generatie.In 2007 had ruim een derde van de Nederlanders in deze leeftijdsgroep een opleiding afgerond op minimaal hbo-niveau. In de afgelopen jaren telde Nederland altijd meer laagopgeleiden dan hoogopgeleiden. In 2007 waren deze groepen voor het eerst in evenwicht. Toen was 29 procent van de Nederlandse bevolking die geen onderwijs meer volgt, laag opgeleid en 28 procent hoog opgeleid. De middelbaaropgeleiden blijven echter de grootste groep. In 2007 hadden meer dan vier op de tien personen een opleiding op dit niveau.Onder Antillianen, Arubanen en Surinamers is het aandeel hoogopgeleiden minder hard gestegen, omdat in deze groep dat aandeel al hoog was in vergelijking met de Turken en Marokkanen. Voor allebei de groepen geldt echter dat het aandeel hoogopgeleiden een stuk lager ligt dan onder autochtonen.

donderdag 10 april 2008

De diversiteit van diversiteit



Verder zoekend naar (nog) meer beelden over diversiteit kwam ik deze olifant tegen. Natuurlijk worden dergelijke afbeeldingen ook binnen andere contexten gebruikt, maar voor diversiteit vind ik het een heel sterk beeld. De vraag hierbij blijft: hoeveel poten heeft deze olifant, .... en blijft dit zo wanneer je langer naar het plaatje kijkt.
Uiteindelijk is misschien de vraag wel 'is het belangrijk hoeveel poten de olifant heeft?'



De olifant maakt onderdeel uit van de ABC-methode rond diversiteitsbeleid. In dit model wordt dit verder aan de hand van 3 A's (achterstand, achterdocht en achterstelling), de B van betrokkenheid en de C van categorien verder uitgewerkt tot een diversiteitsbeleid.
In een uitgebreide notitie geeft de stad Gent aan hoe zij omgaan met diversiteit, dit vertalen in diversiteitsbeleid en welke filosofische onderbouwingen zij hierbij gebruiken. Meer informatie, klik hier.

Gemotiveerd leren : werken met leer- en begeleidingsstijlen

NIEUW in de Xplora-collectie (Breda): Gemotiveerd leren : werken met leer- en begeleidingsstijlen / Carla Plas. - Wolters-Noordhoff, 2007 (kastplaatsing 454.9 PLAS)

Geschreven voor de Pabo-student toont "gemotiveerd leren" een werkbaar beeld van leer- en begeleidingsstijlen, waarbij motivatie de bindende factor is. Aan de hand van praktijkvoorbeelden worden de leerstijlen van Kolb en Vermunt beschrijven. Er worden ook begeleidingsstijlen beschreven die daar op aansluiten. Een pleidooi wordt gehouden voor het combineren van deze leer- en begeleidingsstijlen. Dit wordt door de auteur vertaald naar een nieuw toegankelijk model.

Diversiteit en diversiteitsmanagement

Bij het zoeken naar een definitie over diversiteit (even googelen) kom ik veel hits tegen die een directe koppeling leggen tussen diversiteit en cultuur. Binnen de projectgroep hanteren we ecter een bredere definitie van diversiteit en dan blijkt het nog een behoorlijke uitdaging te zijn om een werkbare en bredere definitie hiervan te vinden.
Het artikel van 'Diversity at work' geeft me in combinatie met andere hits wat meer houvast. In het artikel 'wat is diversiteitsmanagement' wordt diversiteit beschreven vanuit een organisatie-optiek. Het gebruikte bijgaande model maakt een onderscheid in primaire en secundaire aspecten en is in mijn ogen ook heel bruikbaar om de verschillende niveaus aan te geven.
Naast een indeling in primaire en secundaire aspecten wordt er door de auteurs ook een verschil gemaakt in (direct) zichtbare en onzichtbare aspecten. Zo zijn wensen en behoeften, seksuele voorkeur, werkstijlen (en dus ook leerstijlen) en karaktereigenschappen vaak niet direct zichtbaar, terwijl gender, etniciteit en leeftijd dat wel zijn. De auteurs van 'wat is diversiteitsmanagement' claimen een hele brede definitie te hanteren rond diversiteit. Voor het complete artikel klik hier .
Opvallend is echter dat waar de Vries en van de Ven uitgaan van de verschillen tussen mensen en daar het begrip diversiteit aan koppelen andere auteurs weliswaar bevestigen dat er verschillen zijn, maar in hun omschrijving juist het belang van overeenkomsten aangeven. Redenerend dat wanneer we alleen maar de focus leggen op verschillen, ons dat niet triggert om gezamenlijk verder te komen. In het artikel 'Maak verschil met diversiteit' geven Zadoks, Schut, Cozijnsen en Beernink aan dat het niet alleen gaat om verschillen maar misschien wel meer over overeenkomsten.
Quote: "Bij het begrip ‘diversiteit’ denken we al gauw aan de verschillen tussen mensen, maar diversiteit is méér dan alleen de verschillen. Als mensen niets met elkaar van doen hebben, zijn hun onderlinge verschillen ook niet interessant. Diversiteit vooronderstelt en impliceert samenhang (Thomas 1995). Niet alleen de verschillen, maar ook de overeenkomsten zijn relevant. Niet alleen uniciteit, maar ook de verbinding die mensen met elkaar hebben".

dinsdag 8 april 2008

reactie op notitie excellente student van Avans Hogeschool: een toetsingskader voor uitzonderlijke prestaties

Han en Eky, jullie hebben mijns inziens de bouwstenen aangereikt voor het bouwen van een instrument. Ik ben er wel enthousiast over.

Een paar opmerkingen/vragen voor verdere ontwikkeling:

- In de eerste alinea wordt gesproken over 'wij'. Wie bedoelen jullie hier, gaat het om Avans, het LIC, het MJB project excellente student?
- In de tweede alinea stellen jullie dat er snel en gemakkelijk over excellente studenten wordt gesproken. Waar blijkt dat uit?
- De modellen zoals jullie hebben beschreven lijken me bruikbaar. Het is me echter nog niet duidelijk hoe de verschillende modellen (Renzulli model, leerstijlemodel Kolb, het effectiviteitsmodel van Covey en de creatielesmniscaat) met elkaar samenhangen. Is het mogelijk om dit ook schematisch weer te geven?
- Is het mogelijk om op basis van deze modellen een instrument te contrueren waarmee we excellente studenten kunnen detecteren? Een vervolg zou kunnen zijn dat we bekijken hoe we het betreffende model effectief kunnen inzetten. Daarnaast denk ik dat het model ons mogelijkheden biedt om de 'kwetsbare' student te detecteren (idem model en implementatie). Lijkt me gezien onze opdracht ten aanzien van 'diversiteit' belangrijk.

maandag 7 april 2008

Bronnen

Enkele bronnen die de moeite waard zijn:

http://www.onderwijsraad.nl/uploads/pdf/nieuwsbrief_maart_2008.pdf

Notitie 'een succesvolle start in het hoger onderwijs' op de site van de HBO-raad.

Geerdink, G., (2007) Diversiteit op de Pabo. Sekseverschillen in motivatie, curriuclumperceptie en studieresultaten, Proefschrift Radboud Universiteit. ISBN 978-90-441-2192-6